
Verhaal 2: André en Wijke Klumpje, IJsselmuiden
· leestijd 2 minuten AlgemeenIn de boekenkast van het Historisch Centrum IJsselham (Oldemarkt) vond ik een boekje met de titel ‘Razzia in de Noordoostpolder... en de wegvoering naar Duitsland’ geschreven door Dries Albertus Klumpje. Een achternaam die mij bekend voorkwam uit IJsselmuiden.
Op internet ging ik opzoek naar het ouderwetse telefoonboek en belde een telefoonnummer. Gelijk raak! Ik kwam in contact met de dochter van Dries. In de wetenschap dat ik in mijn jeugd bij Wijke Klumpje in de straat woonde.
Onder het genot van een bakje koffie gaan we in gesprek met André Klumpje en Wijke Klumpje. Broer en zus van elkaar. Het gesprek vindt plaats in hun ouderlijkhuis in IJsselmuiden. “Onze vader wordt geboren in 1921 in Kampen. In de nieuwe wijk ‘Kampen Zuid’. Zijn ouders kwamen uit Wezep en Zalk”, vertellen André en Wijke. “Mijn vader kon goed leren. De ouders van mijn vader wilden graag dat hij dominee werd. Hij is dan ook naar de Treep school gegaan. Daar zeggen ze mijnheer tegen de onderwijzer en er wordt Nederlands gesproken. Een school met een uitgebreid leerplan die kinderen klaar maakt voor het gymnasium, de HBS en de MULO. Mijn vaders ambities waren om naar het gymnasium toe te gaan”, aldus Wijke. “De zusters van mijn vader werkten in IJsselmuiden bij de naaifabriek. Met wat zij verdienden moesten ze ook een deel afstaan voor de school van mijn vader. Zo kon er geregeld worden dat hij het toelatingsexamen kon afnemen en konden er boeken gekocht worden”, aldus André.
Examen wordt er uiteindelijk niet gedaan, omdat Dries op jonge leeftijd in dienst gaat.
Dries wordt gelegerd met een bataljon in de buurt van Hoorn met als opdracht het verdedigen van de Dijk
Dries wordt gelegerd met een bataljon in de buurt van Hoorn met als opdracht het verdedigen van de Dijk. Veel gevochten wordt er niet, omdat de aanvalslinie zich meer verdeeld rondom de Grebbeberg, De afsluitdijk en de Den-Haagse vliegvelden. “Na vijf dagen vechten moesten ze alles inleveren bij de bezetter. Zijn uniform en zijn geweer. Daar had onze vader altijd spijt van. De enige goede daad die in Nederland ingesteld werd was dat mijn vader niet in krijgsgevangenschap hoefde als hij een baantje had.
Dat was niet het geval. Wij denken dat onze opa op pad ging voor onze vader om een baan te vinden. Uiteindelijk wordt Dries assistent-archivaris aan de Theologische school in Kampen aan de Oudestraat. Later komt Dries te werken als kampklerk in kamp Vollenhove in de Noordoostpolder. In 1944 wordt hij opgepakt met arbeiders uit de Noordoostpolder en komt uiteindelijk in het Eemsgebied te werken onder dwangarbeid. Zich bezighoudend met het graven van tankgrachten en zulke zaken. Het boek geeft een indrukwekkend beeld weer van wat daar allemaal heeft plaatsgevonden. De Oorlog en het leger blijven aan Dries kleven. “Na zijn pensionering dacht mijn moeder dat ze samen meer tijd zouden hebben. Mijn vader had juist meer tijd gevonden om te gaan schrijven. Zo heeft hij meerdere boekjes geschreven over zijn diensttijd en een boekje over hun oom Henk van’t Veer. Een medeverzetsstrijder die ervoor gezorgd heeft dat het bevolkingsregister van de gemeente Groot-IJsselmuiden veilig was”, aldus Wijke. Hier liggen nog meerdere verhalen voor de boeg, aldus de schrijver.



























