De plek waar de Joodse Begraafplaats gevestigd was.
De plek waar de Joodse Begraafplaats gevestigd was. Foto: Piet Bergstra

Pointer duikt in na oorlogs mysterie in Kampen

· leestijd 4 minuten Algemeen

(door Huib Strengers)

Pointer, het platform voor onderzoeksjournalistiek van KRO en NCRV, heeft een programma gewijd aan de plaats in Kampen waar vroeger de Joodse begraafplaats was, voordat die werd overgeheveld naar IJsselmuiden. 

De special van Pointer heet: ‘De vergeten graven’. In de uitzending wordt veel aandacht geschonken aan Kampen, maar ook het na-oorlogse beleid met Joods onroerend goed en begraafplaatsen in Nederland komt aan bod.

Het programma is op 3 mei uitgezonden. De herhaling was op 29 juni. ‘Naoorlogs mysterie in Kampen: liggen er nog botten op de oude begraafplaats?’. Deze vraag staat in de uitzending centraal. Na bijna 78 jaar en twee onderzoeken blijft één vraag Kampen bezighouden: Liggen er nog botten onder de parkeerplaats, waar vroeger de Joodse begraafsplaats was. Vlak na de Tweede wereldoorlog heeft de gemeente die overgebracht. “Maar dat is niet zorgvuldig gebeurd, beweren enkele omwonenden die zeggen botten te hebben gevonden in nabijgelegen tuinen en sloten”. De Vereniging het Joodse Begrafeniswezen pleit in de uitzending van Pointer voor onderzoek en meer eerbied voor de doden, maar de gemeente wil er niets van weten.

Voormalig docent kerkgeschiedenis Jaap van Gelderen zegt in de uitzending dat hij wel eens iemand heeft gesproken die een schedel had gevonden. Hij kent de verhalen goed en spant zich al een halve eeuw in om de herinnering aan Kamper Joden levend te houden. “De schedel werd door een kind gevonden”, aldus Van Gelderen. En dus schrokken die ouders: wat is dit nu weer? Anderen zeiden, daar is natuurlijk de Joodse begraafplaats geweest. Het zijn verhalen die om de vijf jaar weer na boven komen”, zegt Jaap. 

1e Ebbingestraat

Pointer komt de oude begraafplaats aan de 1e Ebbingestraat tegen in de ‘Verkaufsbücher, de administratie die de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog bijhield van de handel in vastgoed van gedeporteerde Joden. Niet alleen woningen, ook Joods religieus erfgoed zoals synagogen en begraafplaatsen werden geplunderd en doorverkocht. De overgebleven Joodse gemeenschap was te klein om al het erfgoed te onderhouden. En veel gemeente zagen in de leegstaande panden en ongebruikte begraafplaatsen een kans voor uitbreiding van de stad. 

Ze gaven de overgebleven Joden de keus: voor een zacht prijsje het erfgoed verkopen, of laten onteigenen. ”Zo ook Kampen, dat vlak na de oorlog de synagoge en begraafplaats voor een prikkie kocht. In 1947 werd de Joodse gemeenschap van Kampen officieel opgeheven en een jaar later werd de synagoge doorverkocht en de begraafplaats ontruimd”.

Speeltuin

“Kampen had er een nieuwe kerkgroepering bijgekregen en die wilde ruimte hebben om een school te bouwen. De gemeente had geen ruimte om nog veel te bouwen, dus ze hadden die grond nodig”, vertelt Jaap van Gelderen in de uitzending. “Toen werd er gezegd dat de begraafplaats net is vrijgekomen. Ze doen er niets mee. We gaan het verplaatsen naar het Joodse kerkhof in IJsselmuiden. Nadat de graven waren verwijderd werd er een speeltuin gemaakt. Bedoeld om de baldadige jeugd van de straat te houden, zo is te lezen in krantenartikelen uit de jaren vijftig. Naast de speeltuin werd een gereformeerde Mavo gebouwd. En bij die bouw zijn lugubere vondsten gedaan”.

Botten en Beenderen

“Jaren geleden werd ik een aangesproken door een medewerker van de afdeling gemeentewerken. Die vertelde mij dat tijdens de bouw van de school diverse botten en beenderen naar boven waren gekomen. Die waren volgens hem”, zegt Van Gelderen in een interview in 2004 aan een journalist van De Stentor,  “in zakken gedaan en in de diepe kolken rond Kampen gegooid”.

In datzelfde jaar kwamen er meer verhalen over gedumpte botten naar boven, stond in De stentor. Zo zou een rattenvanger van de provincie Overijssel in de jaren tachtig een kinderhoofdje hebben gevonden in een sloot langs de Flevoweg.

De geruchten zijn zo hardnekkig dat stadsarcheoloog, Alexander Jager, in opdracht van de gemeente op onderzoek uitgaat. “We hebben getuigen gevraagd om met ons daarover in gesprek te gaan, om aan te geven wat zij wisten van de ruiming die in 1948 heeft plaats gevonden”. Aanwijzingen dat halverwege botten zijn gedumpt, vond Jager in 2004 niet. “Maar we kunnen niet uitsluiten dat resten van de Joodse begraafplaats nog op die locatie aanwezig zijn. Met scheppen heeft men in 1948 de graven opengelegd en daarna zijn skeletfragmenten op ‘t oog verzameld. We gaan er van uit dat men daar zijn best heeft gedaan en zorgvuldig is geweest, maar dat laat onverlet dat kleine skeletfragmenten achter kunnen zijn gebleven” aldus De Jager in de uitzending.

Werkelijkheid 

Dat vermoeden wordt werkelijkheid als in 2017 op de plek van de oude school aan de Ebbingestraat, de schop opnieuw de grond in gaat, voor de bouw van een instelling van begeleid wonen. “Tijdens het archeologisch onderzoek, voorafgaand aan de bouw, wordt een voetbeentje aangetroffen aan de rand van de voormalige begraafplaats. Dat is wat we min of meer wel verwacht hadden”, zegt de stadsarcheoloog. “Er zullen niet veel skeletfragmenten liggen, maar er zal een kleine hoeveelheid zijn achtergebleven. Daar moeten we rekening mee houden”.

Ontsteltenis

Herman Loonstein, advocaat en voorzitter van de Vereniging Joods Begrafeniswezen, is er niet blij mee. In 2004 nam hij met ontsteltenis kennis van de geruchten over de achtergebleven stoffelijke resten en het dumpen van botten. En nu blijkt er toch nog een botje te zijn gevonden. “De eeuwige grafrust is voor de Joodse religie van de hoogste prioriteit”, zegt Loonstein. Daarnaast vindt hij het minachtend als op de oude begraafplaats iets gebouwd wordt, of activiteiten plaatsvinden die zich niet verdragen met een begraafplaats. Volgens de Joodse traditie is het, zolang er nog resten zijn, nog steeds een begraafplaats”.

Loonstein heeft een brief gestuurd aan het college van B&W van Kampen, met het verzoek om een gesprek.  Hij vindt dat het gebied nu uitgekamd moet worden om te bepalen of er nog meer ligt. “Ik heb tot nu toe niets gehoord, maar als dat gesprek er komt zal ik aandringen op een technisch onderzoek om vast te stellen dat en hopelijk echt niets meer ligt”, aldus Loonstein in de uitzending van Pointer. Stadsarcheoloog Alexander de Jager vindt dat geen goed idee. “Nee, ik wil die plaats gewoon met rust laten”.

Wethouder Richard Boddeus, die eveneens in de uitzending aan het woord komt, zegt dat wat hem betreft het boek is gesloten. “We denken dat daar geen lichamen meer liggen, of onderdelen van lichamen. Er is toen der tijd goed onderzoek verricht en daar laten we het bij”. Loonstein baalt er van dat de gemeente de kwestie niet wil oppakken. “Ik vind het erger dan laks”. 

De gemeente doet wel net zoals 134 andere gemeenten, mee aan een onafhankelijk onderzoek naar negen transacties tijdens de oorlog. 

Opperrabijn Benyomin Jacobs, bekend van zijn bijdrage van de viering van Chanoeka in Kampen, zegt in de uitzending dat het negeren en niet respecteren van Joods onroerend goed bijdraagt aan het anti semitisme. Hij pleit eveneens naar nader onderzoek op de voormalige Joodse begraafplaats.

Lees ook: Raadslid Piet Bergstra van Hart voor Kampen heeft het college gevraagd een informatiezuil of plaquette te plaatsen op de begraafplaats.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Afbeelding
Jeugd ontdekt vrijheid en plezier op het water bij ZC ’37: vaarseizoen van start Algemeen 2 mei, 12:44
Afbeelding
IJsseldeltadag op 9 mei: zes locaties openen deuren in Polder Mastenbroek Algemeen 2 mei, 09:37
Afbeelding
Nog even dit… Koningsdag en voedselbank Ingezonden 1 mei, 16:02

Abonneer gratis

op de digitale krant en op
de wekelijkse nieuwsbrief.