
Nog even dit… Kamper ‘Koggerikken’
· leestijd 2 minuten Algemeen(door Henk de koning)
‘Koggerikken’ noemt zich de grote groep vrijwilligers bijeen in de Stichting Kamper Kogge. Het schip, een reconstructie van een originele middeleeuwse zeilende vrachtvaarder, is hun troetelkind, doch tevens het paradepaardje van de stad.
Er was een tijd dat uitsluitend Kampers werd gesproken aan boord van de Kogge. Mixed met een scheutje Zwols zo nu en dan toen schipper Jan Jonker uit de Blauwvingerstad nog regelmatig aan het roer stond. Maar wie nu het bevel over de kogge voert moet wel over de nodige talenkennis beschikken wil het schip nog van wal steken. Want de huidige Kamper Kogge is naar de aard van deze tijd Multi Cultureel bemand.
Zo ’n samengestelde bemanning doet onwillekeurig denken aan vroeger tijden toen in China nog het beruchte ‘Shanghaien betond. Het inde havenstad Shanhai in dubieuze kroegen ronselen van zeelui door ze in beschonken toestand voor een armzalig loon te laten aanmonsteren.Nu gaat er bij de vrijwilligers van de Kogge best wel eens een ‘Mummelmannetje (Duits bittertje) door, maar van Shanhaien om de kogge bemand te kunnen krijgen is geen sprake. Een enkele oproep van het bestuur voldoet om ogenblikkelijk een stroom van enthousiaste vrijwilligers op gang te brengen.
Ook nu weer nu de kogge al vroeg in gereedheid wordt gebracht om volgend jaar voor het eerst het Zweedse Visby te gaan bezoeken. Heen en terug zes weken varen om daar in het weekend van de Hanzedagen met de Kamper Kogge historisch indruk te maken. Als lid van het promotieteam heb ik eens zo ’n promotiereisje met de kogge meegemaakt. Toen naar de Havenfeesten in Zutphen. Op het achterdek, hoog gezeten op de uitbouw, het zogeheten ‘kasteel, varend door een zonovergoten landschap met grazende koeien en een traditionele molen in de verte. Het aangrijpende beeld van een puur Hollands landschap dat Nederlandse emigranten al lang in de vreemde vol heimwee tot tranen toe roert.
De keerzijde van mijn Zutphens uitstapje was bitter. In de donkere spelonkachtige buik van de kogge drie nachten moeten doorbrengen op een smalle, keiharde houten materialenkist die me diende als kooi. De slaap zien te vatten bij het geluid van klotsend water, krakende spanten en het regelmatig voorbij horen komen van kornuiten in het pikkedonker stommelend op weg naar het hokkerig toilet.
Publieke belangstelling genoeg met onze kogge toen in Zutphen. Bij ‘Open Schip’ bijna ten onder door de hoeveelheid bezoekers die nieuwgierig ons unieke schip kwamen bewonderen. Aan kinderen deelden we houten zwaardjes uit. Op de koggewerf in Kampen door timmerman vrijwilliger Kees knap gemaakt met een realistisch timmermansoog voor aloude slagwapens. Kisten vol gingen er door. Er bij voorbaat rekening mee houdend dat kinderen, de jongetjes voorop, in hun rijke fantasie de kogge vanwege zijn avontuurlijke bouw voor een waar piratenschip aanzien Dan niet over een eigen zwaard beschikken is even lachwekkend als een film in kleur over ijsberen aan de noordpool.
Ook wij als bemanning speelden die illusie braaf mee. Gestoken in een verzonnen opvallende piratenkledij. Bestaande uit fluweelachtige jacks, kuitbroeken en zwierige mutsen door de dames vrijwilligsters op de werf speels uitgevoerd. Gebruik makend van goedkope, kleurrijke stoffen bijeen gezocht op de lapjesmarkt. Zo treffend vorm gegeven dat ook wij als bemanning meenden in die bonte dracht er historisch verantwoord bij te lopen.
Rakker aan boord was destijds de goed van de tongriem gesneden Koggerik Aat Duiveman. De Koggebittertjes gleden er bij hem in als motorolie en zo aangedreven hoor ik hem nog roepen tegen de opvarenden van een motorsloepje dat in de drukte van ‘Sail Amsterdam’ onze massief eiken kogge dreigde te raken: ‘Hé, denk ie een bietien umme onze lak.’ Vroeg je Aat de tijd kreeg je als atwoord: ‘Zo’k niet weetn. ‘Et verandert steeds.’ Twee Koggerikken pur sang wil ik apart nog aan u voorstellen: Jan Pol en Johan van Heerde. Beiden zo vervlochten met botters, water en de visserij dat het me verbaasd dat op Urk nog niet een straat naar ze is vernoemd. Ik bedoel maar: Kamper Koggerikken, een volk apart.
Henk de Koning


























