
Gemeente Kampen weert zonnepark: rechter steunt besluit
· leestijd 1 minuut AlgemeenZWOLLE/KAMPEN (JPZ) – De aanvraag voor het aanleggen van een zonnepark in de Mastenbroekerpolder mocht worden afgewezen door het college van burgemeester en wethouders van Kampen. Dat oordeelt de rechter in een rechtszaak die was aangespannen door energiebedrijf RWE.
Energiebedrijf RWE diende in 2022 een plan in voor de aanleg van een veld zonnepanelen op een perceel van 11 hectare aan de Hagedoornweg in de Mastenbroekenpolder. Het college gaf aan in principe akkoord te zijn, maar de gemeenteraad vond het maar niets. De raad was gevraagd een zogeheten ‘verklaring van geen bezwaar’ af te geven, maar ze stemde in meerderheid in met de motie ‘geen zonneparken op land’. Daarmee was de komst van het door RWE gewenste zonnepark niet mogelijk.
Het energiebedrijf meent dat de raad vooringenomen was. En dat het advies had gevraagd aan bureau Bu¨gelHajema hoe het juridisch haalbaar ‘nee’ kon zeggen tegen de al liggende aanvraag van RWE. Doordat de weg hoger ligt dan de weilanden, waardoor het hoogste punt van de panelen circa 50 centimeter daar weer boven komt te liggen, is er volgens RWE geen sprake van verstoring van het uitzicht. Volgens de gemeente gaat het niet om het uitzicht, maar om ‘openheid en weidsheid’. In de doelstelling het gebied in de Mastenbroekerpolder open en weids te houden, passen de plannen van RWE niet.
Anders dan RWE meent moet het college de omgevingsvergunning weigeren als de raad weigert een ‘verklaring van geen bezwaar’ af te geven, oordeelt de rechter. Ook is de rechtbank het eens met de raad dat een zonnepark van ruim 11 hectare “een grote inbreuk maakt op de weidsheid en openheid van het landschap, ongeacht of dit zonnepark al dan niet wordt omzoomd met rietkragen.” Ook aan de eis dat een zonnepark moet aansluiten op een bedrijven- of industrieterrein wordt niet voldaan. Dat het beoogde park vlakbij glastuinbouwgebied de Koekoekspolder ligt, maakt de rechter niets uit. Ook vindt de rechter niet dat RWE aannemelijk heeft gemaakt dat de raad vooringenomen handelde.
Dit alles betekent volgens de rechter dus dat het college de aanvraag van RWE mocht afwijzen.





























