
College verleent vergunning supermarkt Industrieweg 12 en stelt direct hoger beroep in
AlgemeenKAMPEN - Het college van burgemeester en wethouders respecteert de uitspraak van de rechtbank Overijssel over de omgevingsvergunning voor een supermarkt aan de Industrieweg 12 met bijbehorende reclame-uitingen en stalling voor winkelwagentjes. Daarom verleent het college de vergunning zoals de rechtbank opdraagt. Tegelijkertijd stelt het college hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, omdat het college het niet eens is met de uitleg van het bestemmingsplan door de rechtbank.
Uitspraak van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat volgens het bestemmingsplan alle vormen van detailhandel, dus ook een supermarkt, zijn toegestaan op het perceel Industrieweg 12. De rechtbank vernietigde het eerdere besluit van het college om de vergunning te weigeren en droeg de gemeente op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Dit betekent dat de vergunning nu moet worden verleend; een zogenoemd gebonden besluit.
Waarom hoger beroep?
Het college vindt dat de rechtbank de regels van het bestemmingsplan anders uitlegt dan de gemeenteraad bij de vaststelling heeft bedoeld. Dat kan gevolgen hebben voor de ruimtelijke structuur van het hele bedrijventerrein en voor bedrijven die daar nu gevestigd zijn.
Het hoger beroep biedt de mogelijkheid om duidelijkheid te krijgen over de juiste interpretatie van het bestemmingsplan en om de bredere belangen van het bedrijventerrein te beschermen.
Wethouder Vergunningen Erik Faber: “We voeren de uitspraak van de rechtbank uiteraard uit, maar we laten het er niet bij zitten. De uitleg van de regels zoals de rechtbank die nu geeft, raakt niet alleen deze locatie maar ook onze visie op waar supermarkten thuishoren. Wij vinden het belangrijk dat de hoogste bestuursrechter helderheid geeft, zodat we de ruimtelijke structuur en de belangen van gevestigde bedrijven goed kunnen blijven beschermen. Dit besluit is zorgvuldig afgewogen. We respecteren de uitspraak, maar we bewaken ook de toekomst van het bedrijventerrein.”


























