
Expositie ‘Gezichtsherkenning’ van Robert Reitsema bij Lalaloes
· leestijd 2 minuten Algemeen(door Henk Jans)
In de Franse delicatessenwinkel Lalaloes, aan de Broederstraat 11 te Kampen, exposeert de multidisciplinaire kunstenaar Robert Reitsema tot 21 juni 2026 foto’s van gezichtjes, die hij in allerlei voorwerpen of situaties ziet.
“In 2021 kreeg ik de diagnose Pareidolitis, een aandoening waarbij iemand overal gezichtjes in ziet”, laat hij met een knipoog weten. “Op het eerste gezicht lijkt dit onschuldig, maar in het dagelijkse leven kan het behoorlijk gezichtsbepalend zijn. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat er in Nederland naar schatting achttien miljoen mensen zijn met een vorm van Pareidolitis”.
Robert vindt zichzelf niet echt een kunstenaar volgens de klassieke opvatting. Hij voelt zich als maker eerder verwant met een soort goochelaar in woord, beeld en geluid, al kan de vorm waarin het wordt gegoten wel weer meer neigen naar serieuze kunst. “Ik wil allround bezig zijn en doe van alles wat, zowel beeldend als in taal of muziek”, licht hij toe. “Daarbij probeer ik het soms zware van het bestaan draaglijk te maken, door er wat franje in aan te brengen. Iets wat gewoon leuk en los is”.
De maker begon bij toeval met het fotograferen van dingen waarin hij een gezichtje zag. Dat was zo’n zes jaar geleden, ergens op zijn werk bij de kringloopwinkel. “De zijkant van een afvalbak had vanuit een bepaalde invalshoek ineens de vorm van een soort koeienkop”, legt hij uit. “Ik maakte daar een close-up van, zodat je de kliko niet meer zag. Dat was het allereerste begin. Daarna ben ik er meer op gaan letten en zag ik ze overal. Ik maakte er sindsdien op die manier ongeveer vijfhonderd”. Robert vertelt met een lach dat, nadat hij in een urinoir een plasje had gepleegd, hij allemaal belletjes zag die de vorm van een lachebekje aannamen. De close-up hiervan kun je zien bij Lalaloes. Maar ook de versnellingspook in een auto, of het neerzakkend schuim in een glas waaruit bier is gedronken behoren tot zijn onderwerpen. “Het is belangrijk dat ik de onderwerpen niet manipuleer, door ze te verschuiven of er iets aan toe te voegen”, zegt de maker nadrukkelijk. “Dus ik fotografeer het echt zoals het zich op dat moment voordoet. Later op mijn mobiel doe ik er bijvoorbeeld wel eens een filter over of zo”.
Dit is weer Robert zijn eerste ‘naar buiten treding’ na een periode van zo’n twintig jaar artistieke afwezigheid. Hij studeerde grafiek aan de kunstacademie ‘Constantijn Huijgens’ te Kampen, van 1986 tot 1991. “Ik creëerde een omgeving als een teletubbieslandschap met wolkjes aan een blauwgeverfde wand en monteerde een omgebouwde sigarettenautomaat aan die muur”, vertelt de maker. “Lege sigarettenpakjes transformeerde ik tot handgemaakte, unieke kunstwerkjes met inhoud, die ik ‘KNUTS’ noemde”. Dat Robert luchtig om kan gaan met een serieus onderwerp laat hij zien in zijn creatie van een gesloten koekblikje, waarin een walkman wordt afgespeeld met de stem van een kabouter die roept: ‘help, ik wil er uit!’ Dit verbeeldt hoe de speelsheid van het kind opgesloten kan zijn in de volwassenheid.
Spelen met taal en geluid deden Robert en zijn bandgenoten al met de hun band ‘De Bronstgieters’, waarvan de naam een verbastering is van ‘bronsgieter’. Die prikten zij uit een kunstboek. De Bronstgieters bereikten in 1991 de halve finale van de Grote Prijs van Nederland. Daarbij won hij, als ‘Gitbas Jodel’, vanwege zijn originele speltechniek de ‘Individuele Prijs voor de Beste Gitarist van Nederland’.
Heeft Robert een filosofie? “Die heb ik niet echt. Misschien een twist geven aan de alledaagse sleur. En via kunst mijn gezicht weer laten zien. Zogezegd: ‘gezichtsherkenning en wellicht ook erkenning”.



























