
Leerzaam motorsportseizoen smaakt naar meer voor Brink
· leestijd 3 minuten AlgemeenIJSSELMUIDEN – Motorcoureur Ricardo Brink verruilde afgelopen seizoen de IDM Superstock voor een nieuw avontuur. In het WK Endurance testte hij letterlijk zijn uithoudingsvermogen en in Engeland hield hij in de sprintraces van het British Superstock 1000-kampioenschap zijn snelheid op peil. Nu het seizoen komend najaar zijn einde nadert, concludeert de IJsselmuidenaar dat het de juiste keuze was. Zijn kampioenschap in de IDM Superstock was onvergetelijk, maar zijn huidige vorm is misschien wel beter dan ooit.
Op het eerste gezicht lijkt dat tegenstrijdig. In het WK Endurance is de kans op de titel verkeken en lijkt hooguit een tweede of derde plaats nog haalbaar. In de British Superstock staat Brink op plek 22 van de 58 coureurs. Toch vertellen cijfers niet het hele verhaal. Brink: "In de IDM Superstock wist ik alles te winnen. Dat was mooi, maar er zat ook weinig uitdaging meer in. Helemaal nadat bekend werd dat twee directe concurrenten zouden stoppen. Voor mijn gevoel had ik daar niets meer te zoeken. Ik word liever een betere coureur dan dat ik alles win."
Toen hij besloot de klasse vaarwel te zeggen, droomde Brink nog van een overstap naar de Superbikes, de hoogste klasse in de motorsport. Dat bleek echter financieel niet haalbaar. De budgetten die daarvoor nodig zijn, zijn voor maar weinig coureurs op te brengen. Brink vond zijn nieuwe uitdaging in het WK Endurance, een wereldkampioenschap dat bestaat uit vier langeafstandsraces, waarin vier coureurs elkaar afwisselen op één motor.
Van die races spreekt vooral de 24 uur van Le Mans tot de verbeelding. Juist daar werden Brink en zijn drie teamgenoten uit Italië en Spanje knap tweede. Een prestatie die hij niet snel zal vergeten. Tegelijkertijd blijft het hart van Brink sneller kloppen van de sprintraces. In Engeland deed hij opnieuw veel ervaring op. Volgens hem is de beleving van de sport daar ongekend.
"Ik heb alleen niet alle races kunnen rijden. Daarnaast bestaat het deelnemersveld gemiddeld uit zo’n 38 coureurs, van wie sommigen al sinds hun achtste op deze circuits racen. Dan is mijn huidige positie in het klassement helemaal niet slecht. Ik denk dat ik heb laten zien dat ik mee kan doen en wie weet levert dat wel een contract op. Dat zou mooi zijn."
Ook in het WK Endurance reed Brink niet alle wedstrijden. De acht uur van Suzuka in Japan sloeg het team opnieuw over vanwege de hoge kosten. De race op het beroemde circuit van Spa-Francorchamps werd een tegenvaller. Brink en een teamgenoot kwamen ten val en bovendien bleek een pitstop op een verboden moment een strategische misser. Toch is er nog genoeg om voor te rijden.
"De eerste plaats is buiten bereik, maar met onze huidige 47 punten kunnen we nog flink stijgen en hoog in het klassement eindigen." Dat moet dan gebeuren tijdens de laatste wedstrijd op Paul Ricard, een circuit dat Brink omschrijft als "wat saai". "Het is niet heel spectaculair." In Engeland staat alleen Donington Park nog op het programma. Daarmee loopt het raceseizoen alweer ten einde. Daarnaast rijdt Brink deze maand nog een wedstrijd in Assen.
"Dat was eigenlijk niet de bedoeling, maar ik wilde iets terugdoen voor mijn trouwe sponsoren. Dan is een race op Assen natuurlijk prachtig." Gevraagd naar wat hij dit seizoen heeft geleerd, hoeft Brink niet lang na te denken. "Voor mijn gevoel ben ik een nog betere coureur geworden. Mijn handelsmerk is nog steeds dat ik in de eerste ronde veel inhaalacties maak en er meteen sta, terwijl anderen soms eerst afwachten. Tegelijkertijd heb ik geleerd alleen nog inhaalacties te plaatsen wanneer de kans op succes reëel is. In dat opzicht ben ik slimmer geworden. Dat is deels subjectief en ik kan mijn progressie niet in cijfers uitdrukken. Behalve dan mijn uithoudingsvermogen en fysieke kracht. Op basis van harde data durf ik wel te zeggen dat ik fitter ben dan ooit."
De Endurance-races vragen in dat opzicht veel van een coureur, maar ook van zijn aanpassingsvermogen.
"Je rijdt op een motor die het beste compromis is voor vier verschillende coureurs. Hij is goed, maar als het je eigen motor was, zou je er niet blij van worden. De banden zijn harder, de grip is minder, de tank zit voller en de motor is zwaarder. Daardoor ontbreekt het gevoel dat je echt maximaal kunt pushen."
Hoe anders is dat in Engeland. Hoewel Brink het nog veel te vroeg vindt om knopen door te hakken, ziet hij een volledig seizoen met een goed team in de British Superstock zeker zitten.
"Ik denk dat ik bij de beste vijftien kan rijden en ik ben zelfs al een keer als elfde geëindigd. Daarbij waren alle circuits nieuw voor mij. Vergelijk het maar met wanneer die jongens naar Assen komen en tegen mij moeten racen. Dan ziet de ranglijst er ook anders uit. De entourage in Engeland is bovendien fantastisch. Per race komen er 30.000 tot soms wel 40.000 toeschouwers, veelal fans die al jarenlang komen en met hun klapstoeltje langs de baan plaatsnemen."






























