
Vijf vragen aan: Wibren Jonkers, de nieuwe dirigent van Concertkoor Immanuel
· leestijd 3 minuten AlgemeenKAMPEN - Concertkoor Immanuel viert dit jaar zijn 110-jarig bestaan en maakt zich op voor het tweede jubileumconcert van 2026. Na Die Schöpfung van Haydn in februari kiest het koor op 14 november voor een meer intiem en bezinnend programma, met muziek van onder andere Vivaldi en thema’s als vrede, ontferming en verzoening.
Het concert betekent ook een nieuwe fase voor het Kamper koor. Sinds mei staat Wibren Jonkers voor de groep. Hij nam het dirigeerstokje over van Sander van den Houten, die tien jaar lang muzikaal leider was. Jonkers is bekend als organist en kerkmusicus en wil met Immanuel niet alleen eeuwenoude en eigentijdse koormuziek tot leven brengen, maar ook nieuwe zangers en een breder publiek enthousiast maken voor het samen zingen.
Reden genoeg om kennis te maken met de nieuwe man voor het koor. Daarom deze week vijf vragen aan dirigent Wibren Jonkers over zijn liefde voor muziek, zijn eerste maanden bij Immanuel en de toekomst van klassieke koormuziek.
1. Je bent vooral bekend als organist en kerkmusicus. Wat trok je aan in het dirigeren van een groot oratoriumkoor als Immanuel, en wat ontdek je daar muzikaal dat je achter het orgel minder tegenkomt?
Als organist geniet ik van de vrijheid van een eenmansorkest; muzikaal heb ik alle touwtjes zelf in handen. Bij een koor lopen die touwtjes via tientallen zangers. Dat is een fascinerend en soms ook complex proces. Bovendien heeft een koor iets wat een orgel nooit heeft: tekst. In een oratorium brengt een koor het woord én de muzikale uitleg ervan samen. En een orgel kan niet terugpraten. Een koor gelukkig wel, al probeer ik dat tijdens de repetities wat te beperken.
2. De afgelopen tijd hebben jullie onder meer gewerkt aan muziek van Vivaldi en Fauré met thema’s als vrede, ontferming en verzoening. Wanneer merk jij tijdens een repetitie dat zulke eeuwenoude muziek ook voor zangers van nu echt begint te leven?
De lijntjes naar het heden liggen voor het oprapen. Als Vivaldi in zijn Gloria ‘vrede op aarde’ zoekend in mineur laat klinken, hoor je een verlangen dat op zoveel plekken in de wereld nog steeds klinkt. Braaf is het allerminst. In het Magnificat worden de machtigen furieus van hun troon gestoten. Op een goede dag staat het koor het schuim op de mond. Bij Fauré bidden we dat het vuur van Gods genade in ons ontbrandt. De muziek is eeuwenoud, maar nog lang niet uitgezongen.
3. Klassieke koormuziek heeft niet altijd het imago van iets waar jongeren massaal op afkomen. Wat zou jij veranderen, toevoegen of juist absoluut behouden om een nieuwe generatie enthousiast te maken?
Het grootste misverstand is dat oud hetzelfde is als stoffig. Vivaldi heeft een energie waar menig populair liedje maar bleekjes tegen afsteekt, en Fauré levert in een paar maten meer diepgang dan een kast vol zelfhulpboeken. Wat we absoluut moeten behouden, is de kwaliteit. Jongeren prikken feilloos door een slap aftreksel heen. Toevoegingen? Verrassende programma’s waarin oud en nieuw elkaar scherp houden. En drempels weghalen. Vraag mensen om mee te doen. Wie een keer in een koor heeft gestaan, is meestal verkocht. Dat geldt overigens ook voor ouderen.
4. Over meedoen gesproken: Immanuel wil met het jubileumconcert ook mensen verleiden om in de toekomst mee te gaan zingen. Wat zou je zeggen tegen iemand die prachtige koormuziek hoort, maar denkt: ‘Dat niveau is te hoog voor mij’?
Dat dacht bijna elk koorlid ooit ook. Niemand begint als volleerd zanger. Bovendien geldt in een koor een prettige wet: je valt pas op als je heel goed bent, of heel hard zingt. Het eerste komt vanzelf, het tweede leer ik je wel af. Een goed oor, plezier en wat doorzettingsvermogen brengen je verder dan je denkt. Kom gewoon eens meezingen, zeker als je tenor of bas bent. De dames kunnen wel wat tegenwicht gebruiken!
5. Stel dat je over vijf jaar terugkijkt op je eerste periode bij Immanuel: wanneer zou jij dan zeggen dat jouw start als dirigent echt geslaagd is?
Als we nog steeds verrast worden door muziek die we dachten te kennen. Met goede muziek ben je namelijk nooit klaar, je kunt er steeds weer naar terugkeren. Het is ook geslaagd als iedere zanger voelt dat hij of zij is gegroeid, en de gemiddelde leeftijd een paar jaar is gedaald. Het ideaal is een koor dat één geheel vormt, in klank en in de omgang met elkaar. Want een koor dat écht naar elkaar luistert, dat hoor je meteen.
Wil jij het laatste nieuws nooit meer missen? Meld je dan hier aan op de dagelijkse nieuwsbrief van De Brug.
Spot jij iets dat niet klopt of heb je een aanvulling? Meld het via de links hieronder.

























