
Thea Beckman raakte na contact met toenmalige schoolmeester Cor Adema verknocht aan Kampen
· leestijd 3 minuten Nieuws(door Nick de Vries)
KAMPEN - Met de plaatsing van een eresteentje voor Thea Beckman en de presentatie van een vernieuwde historische wandelroute stond Kampen zaterdag opnieuw stil bij de bijzondere band tussen de schrijfster en de stad. Een belangrijke rol in het ontstaan van die band speelde Kampenaar Cor Adema. Een terloopse opmerking van de toenmalige schoolmeester zette Beckman ruim veertig jaar geleden op het spoor van Kampen. Brieven die zij hem later stuurde, laten zien dat het echt aan Cor te danken was dat zij zo verknocht aan onze stad raakte.
In de Hof van Breda werd zaterdag tijdens de Thea Beckman Middag een eresteentje voor de schrijfster gelegd. Beckmans kleindochters Elvira Slegers-Beckman, Shashita la Fontaine en biograaf Vivian de Gier plaatsten de steen in de binnentuin, waar inmiddels 21 van dergelijke stenen liggen van personen die belangrijk waren voor de stad. Ook werd een vernieuwde editie gepresenteerd van een historische wandeling die Thea Beckman en Hendrick Avercamp met Kampen verbindt. Het eerste exemplaar ging naar de kleinkinderen.
Dat Beckman uiteindelijk meerdere boeken over Kampen zou schrijven, begon rond 1980 vrijwel toevallig. Cor Adema, die zich als schoolmeester, stadsgids, wethouder en pleitbezorger voor het Kamper erfgoed jarenlang voor de stad inzette, kwam tijdens een onderwijsdag naast de toen al bekende kinderboekenschrijfster te zitten. Een band met Kampen had de Rotterdamse, die het grootste deel van haar leven in Bunnik zou wonen, toen nog niet.
‘Ik schrijf niet op bevel’
Adema stootte haar aan en gaf haar de suggestie zich eens in Kampen te verdiepen, zodat zij de stad in haar boeken kon gebruiken. Volgens Adema paste dat uitstekend bij haar historische verhalen. Beckman reageerde gedecideerd: “ik schrijf niet op bevel”. Adema moet er ruim vier decennia later nog altijd hartelijk om lachen.
Hij liet het er niet bij zitten. Adema stuurde haar boekjes over Kampen toe. En enkele jaren later bleek het zaadje toch te zijn ontkiemd. Met gepaste trots haalt hij een brief uit 1983 tevoorschijn. “Ik kan me voorstellen dat mensen denken ‘hij zegt maar waar’, maar hier is het bewijs.”
In die brief bedankt Beckman Adema voor de boekjes die hij haar had gestuurd. ‘In de hoop dat ik dermate verliefd zou worden op uw woonplaats, dat ik de verleiding niet zou kunnen weerstaan een historische roman te concipiëren met het oude Kampen als achtergrond.’
Aanvankelijk had Beckman andere plannen, schrijft ze. Maar inmiddels had ze een keer haar intrek genomen in de Stadsherberg. “En wat te verwachten was, gebeurde: ik werd hopeloos verliefd. Op Kampen, op het Kampereiland, op de IJssel en de rietkragen en noem maar op. Dus moest het er van komen! Het boek is inmiddels klaargekomen en gaat dezer dagen in productie.”
Dat boek was Hasse Simonsdochter, dat in 1983 verscheen. Hoofdpersoon Hasse groeit buiten de Kamper stadsmuren op en wordt als buitenbeentje gezien. Volgens Adema legde Beckman ook iets van zichzelf in het personage. “Eigenlijk is zij dit zelf”, vertelt hij. “Ook Beckman was eigenzinnig en ze beschrijft in het begin van het boek op prachtige wijze hoe Hasse onder de indruk raakt van onze stad, en dat komt eigenlijk overeen met wat ze zelf ervaarde, zoals je ziet in deze brief”.
Uit Beckmans eerste boek over Kampen komt ook de tekst op het eresteentje dat voor de schrijfster werd gelegd. Hasse wordt in het verhaal een elfenkind genoemd, een kind dat door de elfen verwisseld is. In het verhaal geloven de Middeleeuwers dat dit een verklaring is voor eigenzinnige buitenbeentjes in een gezin. Op de steen die in het Hof van Breda gelegd is, prijkt dan ook onder haar naam de tekst “Elfenkind”.
Na Hasse Simonsdochter bleef het contact met Kampen bestaan. Adema haalde Beckman verschillende keren naar de stad en leidde haar rond. Ook blijft hij haar materiaal toesturen. In 1985 een boekwerkje over Hendrick Avercamp.
En ook hierna stuurt Beckman een brief terug. Ze schrijft: “Ofschoon ik de tijd nog niet heb kunnen vinden het grondig te bestuderen, heb ik het natuurlijk al wel geïnteresseerd doorgebladerd en de schilder schijnt inderdaad een belangwekkende figuur te zijn. Of ik hem ooit in een (nieuw) boek over Kampen kan zetten? Ik weet het niet, daarover moet ik eerst nog eens lang nadenken. Maar wie weet...”
In 1992 verscheen De Stomme van Kampen, over Hendrick Avercamp. Het was de tweede van vier historische jeugdboeken waarin Beckman Kampen als decor gebruikte. Naast deze boeken verschenen met een rol voor Kampen ook nog Het wonder van Frieswijck en in 2003 Gekaapt!.
Juist die combinatie van Beckman en Avercamp staat centraal in de historische wandeling waarvan zaterdag een nieuwe versie werd gepresenteerd, nadat de eerste editie (5.000 exemplaren) was uitverkocht. De Winter van Avercamp, die dit najaar en deze winter in Kampen wordt gehouden rond de tentoonstelling Avercamp terug in Kampen in het Stedelijk Museum, vormde voor Adema, Paul Reichenbach en Theo van Mierlo aanleiding om een frisse nieuwe editie van de wandeling te maken.
De route in het boekje, gedrukt met hulp van Kampen Partners, voert langs plekken die voorkomen in Beckmans verhalen en verbindt het Kampen van nu met de stad zoals zij die in haar boeken beschreef. Daarmee is de cirkel ruim zesenveertig jaar na dat toevallige gesprek op de onderwijsdag rond: Adema wees Beckman op Kampen, Beckman bracht de stad tot leven in haar boeken en die verhalen voeren wandelaars nu door dezelfde straten.































