Afbeelding

Hobby in de Spotlights: Solexen op stal, vleesetende planten in bloei

· leestijd 4 minuten Algemeen

KAMPEN - Tijdens de vakantieperiode is De Brug op zoek naar inwoners met bijzondere hobby’s, zodat niemand zich deze zomer hoeft te vervelen. Op die oproep kwamen veel leuke reacties binnen, waaronder die van Onne Veenstra. Hij heeft zelfs twee opvallende hobby’s: het restaureren van Solexen én het kweken van vleesetende planten. Twee hobby’s vragen om meer vragen. Daarom deze week niet vijf, maar acht vragen aan… Onne Veenstra.

1. Je hebt niet één, maar twee bijzondere hobby’s. Kun je vertellen wat je daar zo leuk aan vindt?

“Het restaureren en opknappen van Solexen en het rijden van toertochten op de Solex, waaronder de Elfstedentocht op tweede pinksterdag. Een Solex is een bromfiets met de motor boven op het voorwiel. In 1948 werden ze vanuit Frankrijk geïntroduceerd. Na de Tweede Wereldoorlog was er behoefte aan goedkoop vervoer. Niemand kon zich toen nog een auto veroorloven. De Solex was goedkoop en rijdt 1 op 60. Met mooi weer kunnen jullie mij regelmatig in de omgeving op de Solex zien rijden. Samen met Solexclub ’t Olde Ploffie uit Nieuwleusen rijden we regelmatig toertochten. Dat geeft veel plezier en voldoening.

Mijn andere hobby is het kweken van vleesetende planten. Vleesetende planten zijn een bijzondere schepping in de natuur: planten die zich met insecten voeden en zo in leven blijven. Ze moeten wel, want ze groeien op heel arme grond, zonder voedingsstoffen. Ze planten zich voort door bestuiving van de bloemen door insecten. Het is zo mooi geregeld door de natuur. Deze planten gaan eerst bloeien voordat hun vallen gaan groeien. Zo kunnen de insecten de planten bestuiven zonder gevaar voor eigen leven. Als de bloemen uitgebloeid zijn, gaan de vallen en vangbekers groeien. Daarmee lokken ze de insecten. Als dank voor de bestuiving worden de insecten daarna gevangen en verteerd. Hoe hard is de natuur, maar toch fascinerend.”

2. Hoe ben je ooit besmet geraakt met het Solex-virus?

“Ik had eerst een aantal kooien met dwergpapegaaien in de schuur. Maar omdat het tijdens de vakanties steeds moeilijker werd om iemand te vinden om ze te verzorgen, heb ik ze verkocht. Toen mijn zwager een Solex had geërfd van zijn opa, vond ik die machientjes leuk om aan te sleutelen en ook om op te rijden. Ik heb inmiddels twaalf gerestaureerde Solexen in de schuur staan en nog vier ongerestaureerde Solexen liggen, die ook nog opgeknapt moeten worden.”

3. Heb je een Solex waar een bijzonder verhaal achter zit of waar je extra trots op bent?

“Eigenlijk ben ik trots op al mijn Solexen, omdat ik ze zelf heb opgeknapt. Het zijn eigenlijk allemaal mijn kindjes. Maar er is wel één Solex waar ik bijzonder op gesteld ben, want die heeft zonder problemen al veertien keer de Elfstedentocht van 240 kilometer gereden. Die heeft mij tijdens al die lange tochten — want je zit dan bijna twaalf uur op de Solex — nog nooit laten staan.”

4. Welke vleesetende plant vind je zelf het meest bijzonder of indrukwekkend?

“Eigenlijk zijn alle vleesetende planten op zichzelf al bijzonder. Ze hebben allemaal een zoete geur die vliegen aantrekt. De ene vangt zijn prooi met dichtklappende vallen, de andere met kleverige bladeren, maar het interessantst vind ik toch wel de trompetbekerplant, de Sarracenia. Deze plant heeft lange, rechtopstaande, holle bekers waarvan de binnenkant is bekleed met veel naar beneden wijzende haartjes. Wanneer een vlieg of wesp in de beker komt, wordt hij door zijn gespartel en door die haartjes naar beneden gedrukt. Hij valt dan op de bodem in de verteringssappen en wordt zo verteerd. Ik heb planten met bekers die bijna 90 centimeter hoog worden. Heb je toevallig last van rouwvliegjes in je kamerplanten, zet er dan een Kaapse zonnedauw tussen. Deze zonnedauw is verzot op rouwvliegjes en fruitvliegjes.”

5. Krijg je vaak verbaasde reacties als mensen horen dat je vleesetende planten kweekt?

“Jawel, vaak. De meeste mensen kennen de venusvliegenval wel, die plant met dichtklappende blaadjes. Je ziet ze helaas vaak in tuincentra en bouwmarkten. Ik zeg ‘helaas’, want als ik ze zie, schieten de tranen mij bijna in de ogen. Deze moerasplanten staan veel te droog en zien er dan armetierig uit. En als ze water krijgen, wordt er leidingwater gegeven. Dat is heel slecht voor deze planten, omdat leidingwater te veel kalk en mineralen bevat. Zo zonde!”

6. Is er ergens een overlap te vinden tussen de twee hobby’s?

“Ja, de overlap is volgens mij de verzorging. Beide hobby’s vergen onderhoud. In de winter, als mijn Solexen ‘op stal staan’, geef ik ze allemaal een goede onderhoudsbeurt, zodat ze in de lente en zomer weer goed rijden. De vleesetende planten, vooral de bekerplanten, moeten in de winter worden gesnoeid. De bekers zitten dan tot aan de kop toe vol met verteerde insecten en sterven af. Door te snoeien krijgen de jonge bekers die in het voorjaar weer gaan groeien voldoende licht.”

7. Ik heb zelf ook weleens een vleesetende plant gehad, maar die ging vrij snel dood. Welke fouten maken mensen volgens jou het vaakst en welke tips heb je voor beginners?

“Dat klopt. Dat komt door onwetendheid en ook door verkeerde voorbeelden in de tuincentra. Mensen houden de vleesetende planten vaak in de huiskamer, te donker en in de winter te warm, terwijl ze echt een paar maanden winterrust nodig hebben. Afgezien van mijn tropische vleesetende planten zijn mijn planten allemaal winterhard. Ze moeten dus het hele jaar buiten worden gehouden en kunnen vorst verdragen. In de zomer kun je deze planten wel binnen zetten, maar dan op een vensterbank met het raam op het zuiden. Ze hebben veel zonlicht nodig. In de herfst moet je ze weer naar buiten doen voor de winterrust.

Een andere fout is dat ze te droog worden gehouden. Het zijn moerasplanten, dus moeten ze in een pot staan die weer in een schotel met regenwater staat. Vooral in de lente en zomer mogen ze nooit droog staan. Ook krijgen ze vaak leidingwater. Ze moeten regenwater, gedemineraliseerd water of osmosewater krijgen: water zonder veel mineralen.

Nog een belangrijke fout is dat mensen het leuk vinden om de vallen van de venusvliegenval met hun vinger of iets anders dicht te laten klappen. Het dichtklappen van die vallen kost de plant veel energie. Als daar geen vlieg tegenover staat om lekker op te peuzelen, is dat heel slecht voor de gezondheid van de plant. Stel je voor dat je een marathon loopt zonder daarna eten of drinken te krijgen. Daar word je ook niet vrolijk van.

Mochten mensen belangstelling hebben voor deze fascinerende planten, dan kunnen ze altijd even langskomen. De planten ontwikkelen nu bloemen en ik ga weer aan de slag met het kruisen van verschillende soorten. De eerste bekers verschijnen ook al. Als mensen belangstelling hebben voor een Solex of gewoon willen weten hoe een Solex werkt, zijn ze uiteraard ook van harte welkom.”

8. Moet je thuis oppassen dat je geen vlieg doodslaat, omdat de planten anders zonder eten zitten?

“Nee hoor. Deze planten kunnen sowieso heel lang zonder insecten. Een paar vliegen of wespen in het seizoen is al voldoende. En als dat wel zo zou zijn, zou ik al gauw duizenden vliegen moeten doodslaan, want zoveel vliegen vangen mijn planten wel in een seizoen. Vooral op die dikke bromvliegen zijn ze verzot.”

Afbeelding
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie