
Humor met een boodschap: Wie is er nou gek?
· leestijd 2 minuten Algemeen(door Marcel Kalter)
Bijna elke week bouw ik ergens een feestje. Als zanger. Een tijdje geleden was ik te gast bij een echtpaar dat ik ken. De man werd 75 jaar. Op een zondagmiddag moest het gebeuren. Natuurlijk was ik ruim op tijd. Dat ben ik altijd voor een optreden. Toen ik aan kwam lopen stapten het feestvarken en zijn vrouw ook net uit hun auto. Maar er was nog iemand bij. Het bleek de broer van de vrouw te zijn. Als je het me zou vragen, schat ik hem ergens rond de 65. Ik had hem weleens gezien, maar ik kende hem verder niet. Ik zag meteen dat hij een geestelijke beperking had. Maar hoe groot die was? Geen flauw idee.
Het werd een leuk feest. Zoals altijd. Ik kon bij deze mensen lekker afwisselen tussen muziek uit de jaren ’80 en ’90 en de allernieuwste meezingers. Op een gegeven moment kwam de bewuste broer op mij af. Hij keek me bijna starend aan. Ik had geen idee wat hij wilde. Hij ging pal naast me staan zonder iets te doen. Hij stond daar maar, terwijl ik aan het zingen was. Op nog geen meter afstand. Ik zong een liedje van Jan Smit. Aan het eind van het nummer kwam hij nog iets dichterbij. ‘Ik vind het mooi,’ zei hij. Ik was een beetje ontroerd door zijn opmerking. Het was de manier waarop hij het zei.
Het buffet werd geopend. Het was allemaal goed geregeld. Keuze genoeg. Er werd één bord met een ‘berg’ hutspot binnengebracht. Je kunt wel raden voor wie het was. Dat krijgt-ie nooit op, schoot door mijn hoofd. Maar hij begon eraan. En at, en at, en at... Tot het bord helemaal leeg was. Ik vond het een prestatie. Hij had uiteindelijk ook nog ruimte voor een toetje. Die had de rest van de zondagavond geen trek meer. Dat bestaat niet.
Ongeveer een kwartier voor het eind van het feest kwam de grootste verrassing. Hij liep naar me toe en vroeg om de microfoon. ‘Mag ik een korte toespraak houden?’ Ik knikte. Al stotterend kwam er een fantastisch verhaal uit zijn mond. Hij bedankte zijn zwager voor wat hij elke dag voor hem betekent. En hij vertelde aan iedereen dat hij die middag enorm had genoten. Het was volgens hem een geweldig feest. Hij sloot af met een waarschuwing. ‘Ik weet dat er hier mensen zijn die niet meer mogen rijden.’ Hij maakte er een gebaar met zijn pols bij. De drinkers onder ons kennen dit ongetwijfeld. Met een paar pretoogjes ging hij verder. ‘Als je te veel hebt gedronken, laat je dan rijden. Stap niet meer achter het stuur van je auto.’ Dit was er voor mij echt eentje uit onverwachte hoek. Ik denk er nog regelmatig aan. Ik zie hem nog zo staan. Zo puur. Zo ongeremd. Zo zichzelf. Wie is er nou gek?, dacht ik op dat moment. Hij in ieder geval niet.





























