
‘De Poort, de Paljas en het Meisje’ Bep Schilders’ trilogie is af
· leestijd 3 minuten Algemeen(door Huib Strengers)
KAMPEN – Negen jaar geleden verscheen het eerste boek van Bep Schilder. ‘De Poort, de Paljas en het Meisje’. “Op een ochtend werd ik wakker met een helder beeld van een boek dat ik ‘moest’ schrijven. Het was samengesteld uit drie componenten: mijn streng gereformeerde jeugd, de verwerking daarvan middels verworven, spirituele, inzichten en het syndroom van Asperger”, zegt de nu 70-jarige Bep.
We treffen elkaar in leescafé ’t Paatje in de Stadskazerne. Een rustige omgeving, want grote drukte past niet bij haar. Bep raakt overprikkeld door Asperger, een vorm van autisme. “Op mijn 11de jaar kreeg ik van een tante, lerares Nederlands, een heus dagboek met een grijs-wit gestreepte kaft en een goudkleurig slotje. Nogal stellig was zij van mening dat haar nichtje over een hoge taalbegaafdheid beschikte. Ze adviseerde me om later, als ik groot zou zijn, schrijfster te worden”. De tante van Bep kreeg gelijk. “Gedurende de rest van mijn leven ben ik altijd scheppend met taal bezig gebleven. Door cabaret, gedichten en artikelen, waarvan sommige werden bekroond en/of gepubliceerd”. Daarnaast heeft ze 120 dagboeken geschreven, die teruggaan tot in de jaren ’60 van de vorige eeuw. Deze vormen de basis van haar autobiografische roman trilogie.
In het derde boek geeft Bep een korte samenvatting van de eerst twee delen. Nuttig voor lezers die deze niet hebben gelezen. Over het oude donkere huis bij de Cellesbroederpoort, haar affiniteit met het bronzen beeld van de Paljas. Angst voor de hel en voor de ‘straf van Papa’, die ook juist zo zorgzaam en toegewijd kon zijn. En met wie ze een sterke zielsverbondenheid ervoer.
Intimiteit
In haar eerste huwelijk bleek fysieke intimiteit beangstigend, zodra de verliefdheid over was. Pas jaren later, na haar diagnose, kon ze dit linken aan Asperger. De laatste negen hoofdstukken van deel één spelen zich af in Ierland, waar ze haar zielenroots hervindt. En waar een sprankelende liefdesaffaire ontstaat met een echte ‘Kelt’, Ian. Deel twee begint met het spannende en avontuurlijke vervolg van deze romantische affaire. Ian neemt haar mee naar zijn huis in de ruige, ongerepte natuur van het Ierse schiereiland Dingle.
Autistische nomade
Bep Schilder noemt zich een ‘autistische nomade’, door haar vele verhuizingen. Ze vertrok in 1980 met haar 4-jarige dochter naar Groningen, waar ze na een smartelijke scheiding een nieuw leven probeerde op te bouwen. Negen jaar later keerde ze terug naar Kampen om daar een spiritueel centrum te stichten. Sindsdien verkaste ze vele malen naar onder meer Voorschoten, Ierland, Zutphen en Deventer. De verhuizingen werden ‘normaal’ voor haar vaste vriendenclub in ‘t Kamper Kroegje in de Geerstraat. “Mijn enige echte ankerplaats”, zegt Bep.
“Dat mijn huwelijken niet zijn geslaagd heeft mede te maken met mijn autisme, wat na de diagnose in 2008 pas duidelijk werd. Toen vielen de kwartjes. Bijvoorbeeld dat ik op straat vaak geen mensen herken.” Tijdens de identiteitscrisis waar ze in belandde, verloor ze tien kilo aan lichaamsgewicht. Ten einde raad verkaste ze opnieuw naar het hoge noorden. Daar onderging ze intensieve therapie van een op autisme gepromoveerde psychologe. “Zij heeft me aangezet tot het opschrijven van mijn, in haar ogen bijzondere, levensverhaal. Om dat met een groter publiek te gaan delen. Vrouwen met autisme bijvoorbeeld passen zich vaker aan, maar hebben niet allemaal asperger. Het uit zich vaak in depressiviteit. Kopieergedrag. Mannen kunnen eerder agressief”, legt Bep uit. Volgens wetenschappelijk onderzoek heeft autisme te maken met een andere ‘hersenbedrading’, ‘een ander DNA’.
Nu de trilogie voltooid is, wil Bep Schilder lezingen houden over autisme en over het verband met ‘De Nieuwe tijd’.
Kader
Het voorwoord in het boek is geschreven door Hanneke Knappen. Ze schrijft over mensen met autisme en is onder andere vaste gespreksleider bij het inmiddels vermaarde autismecafé in Assen. Ze kwam Bep voor het eerst tegen in de tijd dat ze haar eerste boek schreef. Beiden traden ze op bij een congres over autisme. Na de kennismaking ging ze Bep in Groningen opzoeken en schrijft ze: “Toen ik door de poort ging van het Pelstergasthuis, leek het Gronings stadsgewoel als bij toverslag verdwenen. In het huisje van Bep bleek dat de sfeer van het hof zich nog had versterkt. Mooie spullen en prachtige kleuren om haar geest te voeden. Een zelf gecreëerde oase in een wereld vol onrust en overprikkeling”. Op de vraag aan Bep, bij een ontmoeting voor het derde deel, in het Martini Hotel in Groningen, of met het verschijnen van dit derde deel de ‘missie’ is geslaagd”, knikte ze na enige aarzeling, bevestigend: “het is klaar”, citeert Hanneke Kappen in haar voorwoord.
De presentatie van het boek is op zondag 26 november in de bovenzaal van Restaurant de Vier Jaargetijden in Kampen, vanaf 15.00 uur. Henk Jans is er met zang en muziek. Kees Smits draagt een gedicht voor. Na afloop signeert de auteur haar boeken.




























