
Column Hondenhoek: Hondenmens of niet?
· leestijd 2 minuten AlgemeenIn de column Hondenhoek belicht kynologisch gedragstherapeut en ervaren hondenkenner Bert Nieuwenhuis telkens een actueel gedragsthema. Aan de hand van herkenbare voorbeelden vertaalt hij dat naar heldere, direct toepasbare tips voor een harmonieuzer leven met je hond.
In onze samenleving zijn grofweg twee groepen te onderscheiden: mensen die van honden houden en mensen die helemaal niets met honden hebben. Zijn er bepaalde kenmerken die deze groepen van elkaar onderscheiden? Er is onderzoek gedaan dat enig licht op deze vraag werpt.
Om te beginnen bestaan er binnen de groep mensen die iets met honden hebben belangrijke verschillen. Zo zijn er hondenliefhebbers en hondenmensen. Een hondenliefhebber vindt honden gewoon leuk, terwijl een hondenmens de hond als een volwaardig gezinslid en een levenspartner beschouwt.
In algemene zin zijn bij hondenmensen bepaalde patronen te herkennen. Ze vinden zorgzaamheid en verantwoordelijkheid vaak belangrijk, zijn sociaal toegankelijk, waarderen trouw en eerlijkheid, ondernemen graag buitenactiviteiten, zijn geduldig en vergevingsgezind, hebben oog voor lichaamstaal en emoties en kunnen genieten van gewone dingen.
Natuurlijk zijn deze eigenschappen niet uitsluitend kenmerkend voor hondenmensen. Ook mensen die niets met honden hebben, kunnen ze bezitten. Maar als hondenmens moet je de dagelijkse verzorging, de wandelingen, de ontmoetingen met andere mensen – al dan niet met hond – en de onvolkomenheden die iedere hond heeft, leuk vinden of op zijn minst accepteren. Dat vraagt geduld en vergevingsgezindheid.
Het zorgen voor een hond, samen actief zijn, knuffelen en aaien, en het gevoel dat er altijd iemand blij is je te zien: het zijn elementen die bijdragen aan de emotionele band tussen mens en dier. Die verbondenheid kan aangeboren lijken, maar hoeft dat niet te zijn. Ook in de loop van het leven kan een bijzondere band met honden ontstaan.
Als een kind ontdekt dat een hond hem vertrouwt en met hem wil spelen, kan dat tot genegenheid leiden. Krijgt het kind later een eigen hond, dan kan het ervaren hoe bijzonder zo’n relatie is. Samen wandelen, spelen en trainen schept een hechte band. Bovendien kan een hond in een moeilijke levensfase veel emotionele steun bieden. Sommige mensen ontdekken pas na de komst van hun eerste hond dat zij eigenlijk hondenmensen zijn.
We kunnen daarom onderscheid maken tussen de hondenmens van nature en de hondenmens die dit door latere ervaringen is geworden. De eerste categorie bestaat uit mensen die als kind al honden willen aaien, hun gedrag observeren en contact met hen zoeken. Ik kom zulke kinderen regelmatig tegen. Moeders lopen met hun kind langs mijn hond, maar moeten stoppen omdat het kind belangstelling toont. Het buigt zich van een afstand naar de hond toe en vraagt vervolgens of het hem mag aaien. Als moeder en kind na een gesprekje weer verder lopen, kijkt het kind vaak nog een paar keer achterom. Zulke kinderen reken ik voorzichtig tot de natuurlijke hondenmensen.
Daarnaast zijn er mensen die pas op latere leeftijd ervaren dat zij een positieve band met honden kunnen opbouwen.
Dan is er de groep die minder op honden gesteld is. Deze mensen zijn niet vanzelfsprekend hondenhaters, maar voelen zich eenvoudigweg minder tot honden aangetrokken. Zij ervaren honden bijvoorbeeld als luidruchtig, overenthousiast, fysiek nadrukkelijk aanwezig of onvoorspelbaar. Ze houden liever afstand en stellen prijs op hun zelfstandigheid.
Vaak zijn zij in hun jeugd niet aan honden gewend geraakt en kunnen ze daardoor moeilijk inschatten wat een hond van hen wil. Ook kan een negatieve ervaring een rol spelen, bijvoorbeeld wanneer iemand ooit door een hond is gebeten of omvergelopen. Een andere mogelijkheid is dat ouders bang waren voor honden en deze angst hebben overgebracht.
Sommige mensen hechten bovendien sterk aan hygiëne en houden niet van geurtjes, haren, likken of modder. Zij hebben eenvoudigweg geen voorkeur voor honden, maar dat betekent niet dat zij minder empathisch zijn. Honden passen niet bij hun manier van leven. Daar moeten hondenliefhebbers en hondenmensen terdege rekening mee houden.
Zelf reken ik mij grotendeels tot de hondenmensen. Toch komt de borstelbeurt van mijn hond mij niet altijd goed uit. Soms nodigt het weer meer uit om thuis te blijven dan om naar buiten te gaan. Ook kan het voortdurende gedribbel achter mij aan aanvoelen als voor de voeten lopen. En ja, ik ben weleens teleurgesteld wanneer hij toch naar een soortgenoot rent, terwijl ik hem bij mij roep.
Maar ja, wie heeft ooit gezegd dat liefde volmaaktheid vereist?
Bert Nieuwenhuis





























