Afbeelding

Nog Even Dit

· leestijd 2 minuten Algemeen

In de column Nog Even Dit reflecteert oud-journalist, Henk de Koning, op zijn welbekende humorvolle en ironische wijze op de zaken spelen in zijn leven en dat van zijn mede-Kampenaren.

(door Henk de Koning)
Met de aandoening van mijn luchtwegen ging het opeens weer bergafwaarts. Dus met nagenoeg kerende post terug naar de spoedeisende dokterspost van het Isalaziekenhuis in hoofdstad Zwolle. Vanuit eerdere ervaring in mijn opvatting een der meest adequate medische zorginstellingen van ons land. Isala voert daarbij de menselijke maat hoog in zijn vaandel. Dit machtige geneeskrachtige fort, vormgegeven in kleurrijke jugendstilarchitectuur en met vlindermarkeringen die bezoekers beminnelijk de weg wijzen naar de diverse specialistische afdelingen, bevindt zich op toch maar nauwelijks vijftien kilometer afstand van ons Kampen. Ja, wij wonen hier zo gek nog niet!

‘Ah, daar bent u weer!’, heette de dienstdoende longarts me kort, doch welgemeend welkom. Voor onderzoek me dadelijk weer parkerend in een rondom met gordijndoek afgeschermd bed. Ogenblikkelijk was daar weer zuster Prikkebeen. Met haar naaldwerk voor bloedafname en het bij dit onderzoek blijkbaar standaard inbrengen van een infuus, met overwinnaarsblik de aanval openend op een van mijn zich uiteraard verzettende aderen. Doch Ursula won. Want dit moet gezegd: ze prikte met talent!

Naast me, eveneens op een afgeschermd bed in dat medicinale tentenkamp van dringend medisch behoeftigen, ontwaarde ik door een kier van de omhang een lotgenoot. Een persoon van nagenoeg mijn eveneens vergevorderde leeftijd. Met een fantasie die alle perken te buiten gaat – u weet, de mijne dus – kwam hij me voor als iemand uit de dienstverlenende sector. In mijn verbeelding treffend gelijkend op Sinterklaas. Gezien zijn zachtmoedige gelaatstrekken, het wel wat korte, maar nog altijd fraai wit golvende baardje en zijn kindvriendelijke, vergevingsgezinde ogen. Daarbij: december is in zicht! Meer nog van doorslaggevende betekenis: deze patiënt was Spaans benauwd. Later die dag verscheen tot mijn verrassing een opvallend Witte Piet aan zijn bed. ’t Was toch de dokter.

Voornaamste afwisseling voor de patiënt op zo’n eerstehulpafdeling van een ziekenhuis is het regelmatig voor onderzoek voor weer een ander, mysterieus zoemend, naar alle kanten bewegend en regelmatig oplichtend apparaat te worden geplaatst. Want eenmaal op speurtocht naar de oorzaak van je klacht gaat zo’n ziekenhuis te werk op APK-niveau. Niet iedere nieuwe ingreep is daarom per se onaangenaam. Zo kreeg ik ook dit keer weer een aantal rubberen zuignapjes op m’n blote bast geplakt die, met minachting van ook maar de minste privacy, alle gegevens, ook de intieme, rechtstreeks doorspeelden naar een zich op enige afstand bevindende batterij bewakingsmonitoren. Enig voordeel: de weke dopjes voelden in hun zachte, welhaast tedere aanraking aan als een kus van de hoofdzuster, vlak voor het slapengaan. ’t Is dus niet alles kommer en kwel in het Rijk der witte doktersjassen.

In afwachting van de uitslag droomde ik even weg op die werkbank van de Zwolse spoedeisende hulp. Beelden van Kampen – ‘What else?’ – verschenen spontaan voor mijn naar afleiding zoekende geestesoog. Zo zag ik mij weer op een mooie zomerse dag aan de wandel in ons wondermooie stadsplantsoen, waarvan de aanleg in 1809 werd mogelijk gemaakt door koning Lodewijk Napoleon. In dat dorado van groen nam ik plaats op een bankje onder een forse kastanjeboom. In de kruin waarvan zich een druk gekwetter van ruziënde vogels afspeelde. Een soort ‘Rijdende Rechter’-spektakel, maar dan gehakketak in verongelijkt vogeltjesland. Opeens maakte één van die drukdoeners zich los uit de groep en zonderde zich af op een tak, recht boven me. Blijkbaar diep beledigd door de rest van de herrieschoppers, want met een snerpend tjilpgeluid – ongetwijfeld een smerig scheldwoord in vogeltaal – hief hij zijn staart en gaf van daaruit met een gedegen uitwerpsel te kennen hoe hij over heel dat kwetterende zooitje in die boomkruin dacht. Dat vunzige bericht trof me ‘hundred and eighty’ pal op mijn voorhoofd. Een voltreffer, die vervolgens traag zijn weg over mijn neus vervolgde. Een voorbijganger die het zag, bleef onthutst staan. Keek me argwanend aan en riep toen lachend: ‘Da’s gek! Voor anderen fluit ie!’

Henk de Koning


Wil jij het laatste nieuws nooit meer missen? Meld je dan hier aan op de dagelijkse nieuwsbrief van De Brug.

Spot jij iets dat niet klopt of heb je een aanvulling? Meld het via de links hieronder.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Digitale krant